[i]Grote Markt[/i]Dat ik het marktplein niet bezingals glorie van een groots verleden,als bronzen schrijn met schitteringvan oude en nieuwe heerlijkheden.'t Is dat geen enk'le hoek den droomvan stilte als onder hoge bomengeborgen houdt, dat er geen zoomvan groen is, waarin vogels komen.'t Is dat hier koude kiezel ligtwaar bloemen konden openbloeien.en dat ik 's avonds in het lichtgeen sterren aan de lucht zie groeien.'t Is dat er zoveel mensen zonder naam,van winkels alles weten moetenen als ik even kijk in 't raamverrast mij aanzien zonder groeten.'t Is dat Isolde nooit meer wachtop mij aan één der wegen naar de verlaten dreven met hun nachtvan wonder, dat ik nog bewaarde.als beeld van blonde , wuivend haar,als geur van weiden langs de Nete,als stem van klokken, stervend daar,en dromen die 'k niet kan vergeten.Sinds ik als farao in grafvan straten, door gesteent' omgeven,mijn hart aan bloem en bomen gaflokt mij niet meer dat drukke leven. [i]voor Isolde, de ingebeelde.Frank Van Herendael, mei 1959.[/i]